Vorige week -
Vorige dag -
Volgende dag -
Volgende week
Het woord van de Heer werd tot mij gericht:
Mensenkind, ge woont temidden van een weerspannig volk, dat ogen heeft om te zien maar niet ziet, en oren om te horen maar niet hoort; het is nu eenmaal een weerspannig volk.
Mensenkind, pak bij elkaar zoveel als een balling mee kan nemen en ga bij dag, voor aller ogen, in ballingschap. Voor hun ogen moet ge uit uw woonplaats vertrekken naar elders; misschien komen ze dan tot het inzicht dat ze een weerspannig volk zijn.
Breng de bagage voor uw ballingschap overdag voor hun ogen naar buiten en vertrek voor hun ogen tegen het vallen van de avond als een balling.
Maak voor hun ogen een gat in de muur en stap daar doorheen.
Uw bagage moet ge voor hun ogen op uw schouders laden en in het donker vertrekken; ge moet uw gezicht bedekken, zodat ge de grond niet kunt zien; want Ik maak u tot een teken voor het volk van Israël.
Ik deed zoals mij bevolen was; ik bracht de bagage die ik als balling nodig had overdag naar buiten, en tegen de avond maakte ik met mijn hand een gat in de muur; in het donker laadde ik voor hun ogen de bagage op mijn schouder en vertrok.
De volgende morgen werd het woord van de Heer tot mij gericht:
Mensenkind, heeft het volk van Israël, dat weerspannige volk, u niet gevraagd: 'Wat doet u?'
Zeg tot hen: Zo spreekt God de Heer: Dit is een boodschap voor de vorst in Jeruzalem en voor heel het volk van Israël dat daar woont.
Zeg tot hen: Ik ben voor u een teken; zoals Ik gedaan heb, zo zal met hen gebeuren: in ballingschap, in gevangenschap zullen ze gaan.
Hun vorst zal in het donker zijn bagage op zijn schouder laden en de stad verlaten; men zal een gat in de muur maken om hem naar buiten te laten; hij zal zijn gezicht bedekken, omdat hij deze grond met eigen ogen niet zal weerzien.
Bron : Petrus Canisius bijbelvertaling & vernieuwingen
Om de bijbellezingen iedere morgen in Uw mailbox te ontvangen, kunt u zich hier inschrijven : dagelijksevangelie.org
Soort Lezing
Lezing van 13 august 2026
Uit de profeet Ezechiël 12,1-12.Het woord van de Heer werd tot mij gericht:
Mensenkind, ge woont temidden van een weerspannig volk, dat ogen heeft om te zien maar niet ziet, en oren om te horen maar niet hoort; het is nu eenmaal een weerspannig volk.
Mensenkind, pak bij elkaar zoveel als een balling mee kan nemen en ga bij dag, voor aller ogen, in ballingschap. Voor hun ogen moet ge uit uw woonplaats vertrekken naar elders; misschien komen ze dan tot het inzicht dat ze een weerspannig volk zijn.
Breng de bagage voor uw ballingschap overdag voor hun ogen naar buiten en vertrek voor hun ogen tegen het vallen van de avond als een balling.
Maak voor hun ogen een gat in de muur en stap daar doorheen.
Uw bagage moet ge voor hun ogen op uw schouders laden en in het donker vertrekken; ge moet uw gezicht bedekken, zodat ge de grond niet kunt zien; want Ik maak u tot een teken voor het volk van Israël.
Ik deed zoals mij bevolen was; ik bracht de bagage die ik als balling nodig had overdag naar buiten, en tegen de avond maakte ik met mijn hand een gat in de muur; in het donker laadde ik voor hun ogen de bagage op mijn schouder en vertrok.
De volgende morgen werd het woord van de Heer tot mij gericht:
Mensenkind, heeft het volk van Israël, dat weerspannige volk, u niet gevraagd: 'Wat doet u?'
Zeg tot hen: Zo spreekt God de Heer: Dit is een boodschap voor de vorst in Jeruzalem en voor heel het volk van Israël dat daar woont.
Zeg tot hen: Ik ben voor u een teken; zoals Ik gedaan heb, zo zal met hen gebeuren: in ballingschap, in gevangenschap zullen ze gaan.
Hun vorst zal in het donker zijn bagage op zijn schouder laden en de stad verlaten; men zal een gat in de muur maken om hem naar buiten te laten; hij zal zijn gezicht bedekken, omdat hij deze grond met eigen ogen niet zal weerzien.
Bron : Petrus Canisius bijbelvertaling & vernieuwingen
Om de bijbellezingen iedere morgen in Uw mailbox te ontvangen, kunt u zich hier inschrijven : dagelijksevangelie.org