Lezing van de dag

Vorige week - Vorige dag - Volgende dag - Volgende week

Lezing van 25 november 2021

Uit de profeet Daniël 6,12-28.

In die dagen deden de mannen van koning Darius een inval in het huis van Daniel,
waar zij hem troffen, terwijl hij smeekbeden richtte tot zijn God.
Ze begaven zich daarop naar de koning en brachten hem het koninklijk verbod in herinnering met de woorden:
'Hebt u geen verbod uitgevaardigd dat al wie binnen dertig dagen een bede richt tot welke god of mens ook buiten u, koning,
in de leeuwekuil geworpen wordt?' De koning antwoordde: 'Dat staat vast als een wet van Meden en Perzen, die onherroepelijk is.'
Toen zeiden ze tot de koning: 'Daniël, een van de ballingen uit Juda, stoort zich niet aan u
noch aan het verbod dat u hebt uitgevaardigd, maar driemaal per dag verricht hij zijn gebed.'
Die beschuldiging beviel de koning helemaal niet en hij zon op middelen om Daniël te redden.
Tot zonsondergang deed hij pogingen daartoe,
maar die mannen zetten de koning onder druk en zeiden: 'Denk eraan, koning; het is voor Meden en Perzen
een wet dat er niet kan worden getornd aan een verbod of besluit, door de koning uitgevaardigd.'
Daarop gaf de koning bevel om Daniël te halen. Toen Daniël in de leeuwekuil geworpen werd,
zei de koning tot hem: 'Moge uw God, door u zo trouw vereerd, u redden!'
Daarna nam men een steen en legde die op de opening van de kuil. De koning verzegelde hem
met zijn eigen zegel en met dat van zijn rijksgroten, om elke ingreep van buitenaf uit te sluiten.
De koning ging naar zijn paleis, bracht de nacht in vasten door en liet geen vrouwen komen; van slapen was geen sprake.
Bij het krieken van de morgen, toen het licht begon te worden, stond de koning op en begaf zich haastig naar de leeuwekuil.
Bij de kuil gekomen begon hij op klagende toon tot Daniël te roepen. Hij zei: 'Daniël,
dienaar van de levende God, heeft uw God, door u zo trouw vereerd, u van de leeuwen kunnen redden?'
Daarop antwoordde Daniël: 'Koning, leef in eeuwigheid!
Mijn God heeft zijn engel gezonden om de leeuwen te muilbanden. Ze hebben mij geen letsel toegebracht,
daar ik in Gods ogen onschuldig ben. Maar ook tegen u, koning, heb ik niets misdreven.'
Uitermate verheugd gaf de koning bevel Daniël uit de kuil te trekken. Daarop werd Daniël
uit de kuil getrokken. Hij had geen letsel opgelopen, omdat hij op zijn God vertrouwd had.
Nu gaf de koning bevel om de mannen die Daniël beschuldigd hadden, te halen en ze met hun kinderen en vrouwen
in de leeuwekuil te werpen. Ze waren nog niet op de bodem van de kuil beland of de leeuwen hadden hen reeds te pakken en verbrijzelden hun beenderen.
Daarna schreef koning Darius aan alle volken, naties en talen die op aarde wonen: 'Veel heil zij u toegewenst!
Hierbij bepaal ik dat men in alle delen van mijn koninkrijk de God van Daniël moet eerbiedigen en vrezen,
want Hij is de levende God, die blijft in eeuwigheid. Zijn koningschap is onvergankelijk en zijn heerschappij kent geen einde.
Hij redt en bevrijdt en Hij verricht wondertekenen in de hemel en op aarde; Hij heeft Daniël gered uit de klauwen van de leeuwen.'


Bron : Petrus Canisius bijbelvertaling & vernieuwingen
Om de bijbellezingen iedere morgen in Uw mailbox te ontvangen, kunt u zich hier inschrijven : dagelijksevangelie.org

Dagelijkse Vieringen