Vorige week -
Vorige dag -
Volgende dag -
Volgende week
In die dagen ondernam Salmanassar, de koning van Assur, een veldtocht tegen het land; hij rukte op naar Samaria en belegerde de stad, drie jaar lang.
In het negende jaar van Hosea nam de koning van Assur Samaria in. De Israëlieten voerde hij in ballingschap naar Assur,
en wees hun Chalach, met een gebied aan de Chabor, een kanaal in Gozar, en enige steden van Medië, tot woonplaats aan.
Dit alles gebeurde, omdat de Israëlieten gezondigd hadden tegen de Heer, hun God, die hen uit de macht van Farao,
de koning van Egypte, verlost en uit Egypte geleid had. Zij waren andere goden gaan dienen,
en hadden volgens de gebruiken der volkeren geleefd, die de Heer voor de Israëlieten had uitgedreven.
Toch had de Heer zowel Israël als Juda door al zijn profeten en zieners gewaarschuwd, en hun gezegd:
Bekeert u van uw wangedrag, en onderhoudt de geboden en voorschriften van de wet,
die Ik aan uw vaderen gegeven heb, en door mijn dienaars de profeten heb ingescherpt.
Maar ze wilden niet luisteren en waren hardnekkig evenals hun vaderen, die ook niet op de Heer, hun God, hadden vertrouwd.
Zij stoorden zich niet aan zijn geboden, evenmin als aan het verbond, dat Hij met hun vaderen gesloten had.
Daarom werd de Heer hevig op Israël vertoornd geworden op Israel; Hij duldde het niet langer onder zijn ogen
en vaagde het weg. Er bleef niet over, alleen de stam Juda.
Bron : Petrus Canisius bijbelvertaling & vernieuwingen
Om de bijbellezingen iedere morgen in Uw mailbox te ontvangen, kunt u zich hier inschrijven : dagelijksevangelie.org
Soort Lezing
Lezing van 22 june 2026
Uit het 2e boek der Koningen 17,5-8.13-15a.18.In die dagen ondernam Salmanassar, de koning van Assur, een veldtocht tegen het land; hij rukte op naar Samaria en belegerde de stad, drie jaar lang.
In het negende jaar van Hosea nam de koning van Assur Samaria in. De Israëlieten voerde hij in ballingschap naar Assur,
en wees hun Chalach, met een gebied aan de Chabor, een kanaal in Gozar, en enige steden van Medië, tot woonplaats aan.
Dit alles gebeurde, omdat de Israëlieten gezondigd hadden tegen de Heer, hun God, die hen uit de macht van Farao,
de koning van Egypte, verlost en uit Egypte geleid had. Zij waren andere goden gaan dienen,
en hadden volgens de gebruiken der volkeren geleefd, die de Heer voor de Israëlieten had uitgedreven.
Toch had de Heer zowel Israël als Juda door al zijn profeten en zieners gewaarschuwd, en hun gezegd:
Bekeert u van uw wangedrag, en onderhoudt de geboden en voorschriften van de wet,
die Ik aan uw vaderen gegeven heb, en door mijn dienaars de profeten heb ingescherpt.
Maar ze wilden niet luisteren en waren hardnekkig evenals hun vaderen, die ook niet op de Heer, hun God, hadden vertrouwd.
Zij stoorden zich niet aan zijn geboden, evenmin als aan het verbond, dat Hij met hun vaderen gesloten had.
Daarom werd de Heer hevig op Israël vertoornd geworden op Israel; Hij duldde het niet langer onder zijn ogen
en vaagde het weg. Er bleef niet over, alleen de stam Juda.
Bron : Petrus Canisius bijbelvertaling & vernieuwingen
Om de bijbellezingen iedere morgen in Uw mailbox te ontvangen, kunt u zich hier inschrijven : dagelijksevangelie.org