Vorige week -
Vorige dag -
Volgende dag -
Volgende week
In de tijd dat Achaz koning van Juda was, trok Resin, de koning van Aram, samen met de koning van Israël,
tegen Jeruzalem op, maar hij slaagde er niet in de stad te overmeesteren.
Toen aan het huis van David bericht werd, dat Aram zich met Efraïm had verbonden, beefde het hart van de koning
en het hart van zijn volk, zoals de bomen in het woud beven wanneer de wind waait.
De Heer sprak echter tot Jesaja: “Gij moet Achaz tegemoet treden, samen met uw zoon Sear-Jasub,
bij het einde van de waterleiding van de Bovenvijver, op de weg naar het Blekersveld.
Daar moet gij het volgende tegen hem zeggen: Blijf maar rustig, wees niet bevreesd en laat uw hart niet onthutst zijn
om die twee rokende stompen brandhout, om de wilde woede van de koning van Aram en de koning van Israël.
Omdat Aram samen met Efraïm en met de koning van Israël onheil tegen u heeft beraamd en het plan heeft gemaakt
tegen Juda op te trekken, het schrik aan te jagen, het te overmeesteren en er dan de zoon van Tabeal koning te maken,
‘Laten we tegen Juda ten strijde trekken, het verscheuren en overmeesteren, en dan stellen we de zoon van Tabeal aan als koning’ –
daarom heeft God de Heer aldus gesproken: Dat zal niet doorgaan! Dat zal niet gebeuren!
Immers, het hoofd van Aram is Damascus, en het hoofd van Damascus is die Resin. – Nog vijfenzestig jaar en het volk van Efraïm bestaat niet meer. –
Want Damascus mag de hoofdstad van Aram zijn en Resin het hoofd van Damascus, Samaria mag de hoofdstad van Efraïm zijn
en de koning van Israël het hoofd van Samaria, maar over vijfenzestig jaar zal Efraïm ophouden een volk te zijn. Als gij niet gelooft, dan houdt ge geen stand!”
Bron : Petrus Canisius bijbelvertaling & vernieuwingen
Om de bijbellezingen iedere morgen in Uw mailbox te ontvangen, kunt u zich hier inschrijven : dagelijksevangelie.org
Soort Lezing
Lezing van 14 july 2026
Uit profeet Jesaja 7,1-9.In de tijd dat Achaz koning van Juda was, trok Resin, de koning van Aram, samen met de koning van Israël,
tegen Jeruzalem op, maar hij slaagde er niet in de stad te overmeesteren.
Toen aan het huis van David bericht werd, dat Aram zich met Efraïm had verbonden, beefde het hart van de koning
en het hart van zijn volk, zoals de bomen in het woud beven wanneer de wind waait.
De Heer sprak echter tot Jesaja: “Gij moet Achaz tegemoet treden, samen met uw zoon Sear-Jasub,
bij het einde van de waterleiding van de Bovenvijver, op de weg naar het Blekersveld.
Daar moet gij het volgende tegen hem zeggen: Blijf maar rustig, wees niet bevreesd en laat uw hart niet onthutst zijn
om die twee rokende stompen brandhout, om de wilde woede van de koning van Aram en de koning van Israël.
Omdat Aram samen met Efraïm en met de koning van Israël onheil tegen u heeft beraamd en het plan heeft gemaakt
tegen Juda op te trekken, het schrik aan te jagen, het te overmeesteren en er dan de zoon van Tabeal koning te maken,
‘Laten we tegen Juda ten strijde trekken, het verscheuren en overmeesteren, en dan stellen we de zoon van Tabeal aan als koning’ –
daarom heeft God de Heer aldus gesproken: Dat zal niet doorgaan! Dat zal niet gebeuren!
Immers, het hoofd van Aram is Damascus, en het hoofd van Damascus is die Resin. – Nog vijfenzestig jaar en het volk van Efraïm bestaat niet meer. –
Want Damascus mag de hoofdstad van Aram zijn en Resin het hoofd van Damascus, Samaria mag de hoofdstad van Efraïm zijn
en de koning van Israël het hoofd van Samaria, maar over vijfenzestig jaar zal Efraïm ophouden een volk te zijn. Als gij niet gelooft, dan houdt ge geen stand!”
Bron : Petrus Canisius bijbelvertaling & vernieuwingen
Om de bijbellezingen iedere morgen in Uw mailbox te ontvangen, kunt u zich hier inschrijven : dagelijksevangelie.org